Het belang van het kerkblad
Waaraan ontleent het kerkblad zijn belang? Als voorbeeld kijk ik naar mijn eigen kerk. Hoeveel mensen komen er op een zondag in de kerk? Ik schat zo’n 120. Op hoeveel adressen belandt maandelijks het kerkblad? Ik schat 350. Laten we zeggen dat er op één adres twee personen wonen. Dat maakt 700 potentiële lezers. Ze lezen het blad misschien niet allemaal, in elk geval niet erg goed, maar wel heel veel van hen. En de kring die je bereikt is nog veel groter. Kennissen, vrienden, familieleden kunnen het blad bij de kerkleden thuis inkijken. Het blad kan op openbare plekken liggen: leeszaal, buurthuis, wachtkamer van de dokter, misschien wel het benzinestation. Ik heb op de stamtafel van het plaatselijke café wel eens een kerkblad aangetroffen. In het kerkgebouw kunnen exemplaren liggen. Die kunnen worden meegenomen door mensen die door de week in dat gebouw moeten zijn vanwege een activiteit. Als kerk kun je je blad aan relaties toezenden: andere kerken, sociaal-culturele organisaties, welzijnswerk, burgerlijke gemeente, plaatselijke pers. Je kunt de inhoud van het blad zetten op je website. Je komt dus met het kerkblad in potentie bij een zeer brede groep terecht in de plaatselijke samenleving. Het gaat om een veelvoud van de vaste kerkbezoekers. De dorps- of stadstamtam doet ook nog zijn werk: informatie uit het kerkblad komt terecht bij niet-leden. Er zijn gevallen dat kerkinfo leidde tot grote nationale publiciteit, in de krant, op radio en tv. We communiceren met het kerkblad dus in de breedte, al sluit dat diepgang niet uit. Daarin ligt het grote en vaak miskende belang van het plaatselijke kerkblad: een grote groep die structureel wordt bereikt met datgene wat men van belang vindt. Het is mooi als je een keer op tv komt of in de krant, maar dat is veelal eenmalig: wel veel effect op dat moment, maar straks is het voorbij en raakt het vergeten. Het kerkblad legt als geen ander medium structureel contact met een grote groep, is met die groep blijvend in gesprek.
Anders en een beetje deftig gezegd, je opereert met je blad niet enkel in een pastorale maar ook in een missionaire situatie. Het kerkblad kan veel bieden, leeftocht voor onderweg, bezinning, verdieping, informatie die belangrijk is om te weten. Het kan je diep raken, en het kan tot meer leiden. Denk daarbij niet dat mensen aan de rand van de kerk en daarbuiten niet geïnteresseerd zouden zijn. Het blijkt telkens weer dat het kerkblad door zeer velen als een ware huisvriend wordt verwelkomd. Voor velen is het de laatste band die hen met de kerk verbindt. Daarom ook geniet toezending aan alle leden die in de administratie staan verre de voorkeur.
De structuren zijn er, een blad dat vertrouwd is, een graag geziene gast, een welkome informatiebron, een adressenbestand waarvan je gebruik kunt maken en mensen die bereid zijn het blad te bezorgen (of anders een systeem van postverzending).
Dat stelt eisen, ook aan de vormgeving. Het kerkblad is een visitekaartje. Zoals je overkomt, dat moet iets zijn waarvan je zegt: zo willen wij ook overkomen, en niet: eigenlijk generen we er ons voor.
Het redactiestatuut
Nu kom ik op de kwestie van de verantwoordelijkheden. Het kerkblad is geen persoonlijke onderneming. Het heeft een afgeleide taak. De kerkenraad voert beleid volgens een beleidsplan. Daar vloeien doelstellingen uit voort. Die algemene doelstellingen vragen om communicatiedoelstellingen, anders heeft beleid voeren geen zin, en daarbinnen heeft het kerkblad een eigen rol en taak. Door communicatie dragen we eraan bij dat het beleid wordt gerealiseerd. Zo zijn mijns inziens de verhoudingen.
De afspraken die we in een gemeente maken over inhoud en verantwoordelijkheden kunnen we vastleggen in een redactiestatuut. Dat is zeer aanbevolen voor elk kerkblad, hoe klein ook. Voor een redactie die naar vorm en inhoud een vernieuwend beleid nastreeft is dat een noodzakelijke steun in de rug. Zoals de kerk een kerkorde heeft, zo heeft een redactie een statuut. Dat hoeft niet per se een uitvoerig stuk te zijn. In enkele punten leggen we de afspraken vast. In het statuut spreken we ons uit over vragen als: Over welke onderwerpen moet het gaan in het blad? Waaraan moeten de artikelen voldoen? Wat is de stijl, de sfeer? Wat is het doel? Is discussie of dialoog ook gewenst? Mag de redactie kopij weigeren? Hoever gaat haar bevoegdheid om aan binnengekomen kopij te sleutelen? Wat te doen als er conflicten uitbreken? Wie is uiteindelijk verantwoordelijk? Je hoeft heus niet met elkaar overhoop te liggen om te beseffen dat bepalingen over dit soort zaken van belang zijn. Het statuut is geen stok achter de deur. Het is meer iets om in een bureaula te leggen en tevoorschijn te halen als het nodig is. Het opstellen van een redactiestatuut is daarnaast een heel mooie manier om een beleidsdiscussie te voeren over wat je voor ogen staat.
De actieve redactie
Vanuit zo’n discussie over het beleid kan een redactie aan het werk. Ze moet niet afwachten wat er binnenkomt. Ze moet zelf aan de slag. Ze plant de nummers vooruit en zorgt ervoor dat er stukken worden geschreven over onderwerpen die zij van belang vindt en op de manier die zij gewenst acht. Natuurlijk is er altijd ook nog kopij die door groepen in de gemeente wordt aangeleverd en die min of meer vanzelfsprekend een plaats heeft in het blad. Als redactie moet je daar natuurlijk voor open staan. Maar het is niet de hoofdzaak. De hoofdzaak is het eigen initiatief van de redactie, die probeert in te spelen op wat er in een bepaalde periode aan de orde is in kerk en samenleving en op wat er leeft in de gemeente.
Voorbeelden? Denk aan de gang van het kerkelijk jaar en alles eromheen. Advent, Kerst, Epifanie, Veertigdagentijd, Pasen enzovoort. Daar kun je informatief, beschouwend, meditatief op ingaan en verhalen die met het thema van doen hebben vertellen of laten vertellen. Invalshoeken en thema’s volop.
Je kunt ook denken aan wat in de kerk in breder verband speelt. Neem het besluit van de synode van de PKN (november 2009) over een ritueel voor gedachtenis van de doop. Je kunt daar een landelijk persbericht over plaatsen, maar dat is weinig creatief. Er zijn zeker vijf of zes manieren te bedenken voor een eigen plaatselijke invulling. Een impressie van die synodezitting, het commentaar van synodeleden uit de buurt, een column van de predikant, een belronde onder gemeenteleden over voor en tegen, een interview met iemand die zich in een evangelische gemeente liet overdopen, een interview met een ander die dat niet deed maar wel zo’n doopgedachtenis heeft gemist. Een artikel over verschillende doopvisies. Of over dooppraktijken. Mogelijk weet u nog wel een paar manieren om zo’n onderwerp voor het eigen blad te vertalen…
En dan zijn er natuurlijk nog allerlei plaatselijke gebeurtenissen en activiteiten waar je als redactie wat mee kan. Er zijn bijzondere kerkdiensten, Taizéreizen, jeugdvakanties of –kampen, bezinningsbijeenkomsten, speciale acties en ga zo maar door. Allemaal voer voor verhalen, met foto’s! Discussies in de gemeente over beleid kunnen er toe leiden dat diverse stemmen aan het woord komen en/of verslag wordt gedaan van beraad. Maar vergeet ook niet die nieuwe keuken waar vragen over zijn of die wel nodig is. Daar hoort een voorlichtend verhaaltje, met een foto. De stand van zaken bij een verbouwing, de laatste nieuwtjes uit het beroepingswerk, het resultaat van de bazaar, wie er gedoopt worden of zijn, de zieken in de kerk (als het maar niet te privé is). Small is beautiful.
De formule van het kerkblad
Samenvattend: de formule van het kerkblad.
Vaak onderscheidt men drie typen kerkblad:
- het informatieblad, met nadruk op nieuws en informatie
- het communicatieblad, ook wel pastoraal blad genoemd
- het opinieblad, waarvoor soms ook het woord toerusting wordt gebruikt.
Ik vind alle drie aspecten van belang en bepleit daarom een kerkblad dat in een totaalproduct evenwicht tussen de drie nastreeft.
We praten dus allereerst over een blad, dat informeert over wat er speelt in de eigen gemeente en in de landelijke kerk, zowel door korte berichten als door uitvoeriger achtergronden, en dat wat er in de gemeente gebeurt presenteert als nieuwswaardig en belangrijk om kennis van te nemen. Het kan vaak opvallender, aantrekkelijker, sprekender, scherper, minder saai. We moeten uitdragen dat de kerk een organisatie is die nieuws biedt! En dat dit nieuws belangrijk is. Ga er niet van uit dat de lezer wel overtuigd is van het belang van de onderwerpen waar het over gaat. Je moet de lezers over de streep trekken, ze naar het onderwerp toe schrijven, ze binnenhalen in een verhaal. In de journalistiek spreekt men wel van ‘instapmomenten’ met b.v. een sprekende kop, een uitnodigende intro, een mooie foto, een kader bij het verhaal, een citaat. Dat geldt ook voor het kerkblad. Lezers lezen niet vanzelfsprekend elk artikel. Er zijn er wel die het blad van A tot Z lezen, maar lang niet iedereen. Het kerkblad valt op de mat temidden van zoveel andere post, bladen en reclamemateriaal. Ons leesgedrag is vluchtig. Hou daar rekening mee.
Behalve nieuws- en informatieblad is het kerkblad ook ontmoetingsplaats. Het versterkt de samenhang in de kerk als gemeenschap van mensen. Daar moet je ook op mikken, want het is een van de attractiepunten. Het kerkblad gaat over datgene wat dichtbij is. Daar moet je het van hebben. Dat betekent onder meer een persoonlijke vorm van communiceren. Aandacht voor human interest is essentieel. We stuiten hier op een opvallend contrast. In de moderne maatschappij en mediawereld draait heel veel om het persoonlijke verhaal. Kerkelijke communicatie is daarentegen vaak zeer institutioneel, en dat terwijl het in de kerk om mensen gaat en om een zeer persoonlijke boodschap. Het Evangelie gaat over Jezus Christus en raakt mensen persoonlijk, in hun kern. Dus daar zouden we veel meer mee kunnen doen, deze discrepantie moeten we oplossen. Denk in dit verband aan interviews, columns, meditatieve teksten, pastorale rubrieken, pagina’s rond lief en leed, rubrieken waarin mensen zich kunnen uiten over hun ervaringen en hun geloof, een brievenrubriek.
In de derde plaats gaat het dus om een blad dat mensen te denken geeft over datgene wat in kerk en geloof aan de orde is. Bezinning, inspiratie en geloofsoriëntatie zijn kernwoorden. Maar we kunnen via het kerkblad, als het zo uitkomt, ook een duit doen in het zakje van de publieke discussie. Sommige kerkbladen doen dat ook. Dus dan kom je terecht bij beschouwende artikelen, maar zeker ook bij de al genoemde interviews en columns, mogelijk ook artikelenseries.
Discussies moet je niet vermijden. Er zijn slechte voorbeelden van polemieken, soms zelfs uitbarstingen van rancune of het afreageren van onvrede, of het onheus aanvallen van andersdenkenden. Dat moet en mag je als redactie niet toelaten. Evenwichtig aan de orde stellen van controversiële onderwerpen is het juiste alternatief. Een goede discussie of laten we zeggen gedachtewisseling, het laten zien van diverse kanten die aan een zaak zitten, het afwegen van argumenten, versterkt de levendigheid van het kerkblad en het gesprek in de gemeente. Hier komt de ‘proactieve redactie’ weer tevoorschijn. Je kunt zo’n discussie op verschillende manieren vormgeven. Soms binnen een en hetzelfde artikel, soms door diverse artikelen naast of na elkaar te laten verschijnen.
Daan van der Waals