Ook de dieren
In het scheppingsverhaal lezen we dat God de kosmos schiep. Hemel en aarde, licht en donker, bomen en planten, zon, maan en sterren, allerlei soorten dieren, en tenslotte de mens. We kunnen het scheppingsverhaal wel wegredeneren omdat we, zoals dat heet, in de evolutie geloven, maar dan vergeten we dat het scheppingsverhaal niet voor niets in de Bijbel staat. In moeilijke omstandigheden hebben mensen ermee willen zeggen dat alles van God komt. In alles dat geschapen is zit een goddelijke oorsprong, een goddelijke kern. Ook dieren hebben die goddelijke kern. Ze hebben het in zich om van het leven te genieten. Ook zij zijn verbonden met het mysterie van alle leven. Maar wat komt ervan terecht als ze slechts een product zijn in ons belang, bedoeld voor onze consumptie? In de bio-industrie komt het daar wel op neer. Plannen om enorme varkenscomplexen - varkensflats - te bouwen maken het er niet beter op. Hoe moet dat nou…? Opdoeken die handel en doen wat God ons heeft opgedragen toen Hij ons schiep.
Genocide
Genocide oftewel volkerenmoord is helaas geen voorbij verschijnsel. Nog niet zo lang geleden is Rwanda, een land in Midden-Afrika, het toneel geweest van volkerenmoord. Vandaag wordt dat herdacht. Tegen een miljoen mensen werden in 1994 in een periode van honderd dagen vermoord. Twee stammen stonden tegenover elkaar: de Hutu-meerderheid, zo’n 90% van de bevolking, tegenover de Tutsi. In het koloniale tijdperk onderdrukte de Tutsi-elite de Hutu wreed. Totdat de Hutu in 1962 de macht grepen. Veel Tutsi werden toen verdreven. De Tutsi vormden een rebellenleger dat in 1990 het land binnenviel. Voor de regering het sein om een moordcampagne te beramen en de bevolking op te hitsen. Enorme wapenvoorraden die waren aangelegd werden uitgedeeld. Hutu die niet mee wilden doen werden gedwongen. Een Hutu die met een Tutsi getrouwd was moest zijn geliefde doden, wat velen ook deden. De internationale vredesmacht die in de buurt gelegerd was, deed niets. Enorme vluchtelingenstromen van Tutsi kwamen op gang. En toen greep het rebellenleger de macht. Nu sloegen de Hutu op de vlucht. Velen kwamen in kampen in de Congo terecht. Daar werd noodhulp verleend. Maar de hulporganisaties wilden massamoordenaars niet helpen en dus werd de hulp in de kampen gestopt. De toestanden daar werden nog vreselijker. Bovendien raakten Hutu in de kampen slaags met Tutsi die daar waren binnengevallen. En dat leidde weer tot een burgeroorlog in de Congo.
Als je zo’n verhaal hoort en leest en ook ziet hoe van het een het ander komt, vraag je je wel af: hoe moet dat nou verder…?
Terrorisme
Da’s nogal makkelijk, mensen voor terroristen uitschelden. De verzetsstrijders uit de Tweede Wereldoorlog, die nu met monumenten worden vereerd, waren voor de nazi’s terroristen. Net zoals de anti-apartheidsstrijders het waren voor de vroegere machthebbers in Zuid-Afrika. Net zoals de Indonesiërs die zich in de jaren 1945-1949 tegen het Nederlandse gezag verzetten. Met de dictaturen in Oost en West ging het niet anders. Het ene systeem, het ene ideaal tegenover het andere. Men zegt wel dat de Koude Oorlog heeft afgedaan en dat de oorlog tegen het internationale terrorisme ervoor in de plaats is gekomen. George Bush, de vorige president van Amerika, heeft er goede sier mee gemaakt. Het Iraakse volk is ermee op de koffie gekomen. Er is een gekte ontstaan om dat internationale terrorisme te bestrijden. Dat zou een bedreiging zijn van onze vrijheid en veiligheid. Nu zijn de moslims de kwaaie pier. Het moslimextremisme, het moslimfundamentalisme is de grote boosdoener. Elke moslim is een potentiële terrorist.
We kunnen het anders zien. Wat de een terrorisme noemt is voor de ander vrijheidsstrijd. Opkomen voor de eigen waarden en normen, voor een godsdienst, een ideologie, een politiek stelsel. Is er een gesprek mogelijk over de muren die we zo huizenhoog optrekken? Je zou kunnen kijken wat iemand drijft die in het geweer komt. Zeker, geweld lost niets op. Maar wat zit erachter? Dat is de vraag.
Stieren in Spanje
Vorig jaar was ik met vakantie in Spanje. Als je door dat land trekt, kun je niet makkelijk om de stierengevechten heen. Onze groep bezocht dus ook een stadion waar die gevechten worden gehouden. Natuurlijk hadden we het over de gruwelijkheid van dat aloude volksvermaak. De meeste toeristen moesten er niets van hebben. Maar volgens de gids, een in Spanje wonende Nederlander, zijn de meeste Spanjaarden vurig voorstander van de traditie. Ook dierenartsen. Die zeggen bijvoorbeeld dat de stieren vaak een prachtig leven hebben. Ze worden gefokt, grootgebracht en gevoed in een heerlijke omgeving. Het ontbreekt hun aan niets. Na een jaar of wat in een idyllisch bestaan wacht hun een beetje lijden en de dood, dat is waar, maar vergeet niet wat voor moois eraan vooraf is gegaan. De dieren worden gekoesterd. Als je het zo bekijkt, zouden de meeste mensen jaloers moeten zijn op de vechtstieren. Zo’n heerlijk leven willen we allemaal wel. Als stier heb je het er best voor over om deze week door de straten van Pamplona te worden gejaagd voordat je het moet opnemen tegen de toreador.
Mee eens of niet?
Barack Obama
De nieuwe president van Amerika, Barack Abama, werd en wordt bejubeld. Maar van een leien dakje ging het voor hem niet. Toen hij zei dat hij president wilde worden, beweerde iedereen dat hij geen kans had. Andere zwarte leiders hadden het ook niet gehaald. Hij had geen internationale ervaring. Tegen Hillary Clinton zou hij wel niet op kunnen. Hij was te soft. Allemaal redenen waarom het wel niets zou worden.
Hij heeft zich er niets van aangetrokken. Hij zette door. Via internet wist hij enorm veel mensen te mobiliseren die zich nog nooit hadden bezig gehouden met politiek. Ook veel jongeren. In zijn toespraken straalde hij optimisme en vertrouwen uit. Hij zette zich niet af tegen anderen maar hield zich vast aan zijn positieve boodschap. ‘Yes, we can!’
We hebben gezien dat het werkte. De meeste Amerikanen, zelfs een grote meerderheid, schaarden zich achter hem. In andere landen, ook in Nederland, werd enthousiast gereageerd. Mensen herkenden de boodschap van hoop, geloofden er zelf ook in. Je merkt dus dat één enkel mens die er zelf in gelooft anderen mee kan krijgen.
Een opsteker, vind je niet?
Dromen over straks
Van dromen zegt men vaak dat ze bedrog zijn.
Maar wat is leven zonder dromen? Je kunt dromen over een mooi beroep, bijvoorbeeld filmregisseur. Of vliegenier. Je kunt dromen over een ideale partner, een soulmate. Of je wilt je juist niet binden. Je wilt de wereld over, ervaringen opdoen. Je wilt uitblinken in sport of kunst. De gevierde held zijn. Wiskunde studeren. Boeken schrijven. Ja, noem maar op.
Op school probeer je uit te vinden wat je weg is in het leven. Het zal heus wel anders lopen dan wat je denkt dat het gaat worden, maar keuzes maak je wel. Voor nu en straks.
Toch blijft de vraag: waar gaat het nu werkelijk om in het leven? Daarop hoorde ik eens als antwoord: ‘we moeten vrienden maken’. Ik vond dat eerst een vreemd antwoord. Toch bleef het me bij. In je leven heb je direct of indirect met ontelbaar veel mensen te maken. Wat een ontmoetingen staan je in je leven te wachten. Wat een kansen voor plezier met elkaar, aandacht voor elkaar, een knipoog van verstandhouding, een tof advies, een goed gesprek, een steuntje in de rug, verzoening, vrede, geluk.
Je droom achterna
Welke droom heb jij? En durf jij voor die droom te gaan? Ook al lacht iedereen je uit?
Manon Ossevoort uit Vriezenveen had een droom. Een reis maken naar het eind van de wereld. Dwars door Europa en Afrika naar de Zuidpool. Hoe? Je gelooft het misschien niet: op een boerentractor.
Want Manon wilde eigenlijk niet zozeer op reis. Een auto was comfortabeler en vooral sneller geweest. Ze wilde mensen ontmoeten. Een meisje op een tractor, dat is al een bijzondere combinatie. Dat leidt tot gesprekken onderweg. En een tractor is een hobbelig voertuig. Het gaat langzaam. Maar het brengt je wel overal.
Op haar reis verzamelde Manon dromen. Ze vroeg mensen er naar. En ze beeldde die dromen uit in toneelvoorstellingen die ze voor de mensen gaf.
Haar boodschap: wat je wilt, dat kun je. Niet praten maar doen! En dan ontdek je dat wat je wilt tien keer mooier is dan je eerst dacht. Zelf vindt ze dat ze op deze reis veel heeft geleerd over mensen en culturen, maar vooral ook over zichzelf. In Afrika ontmoette ze mensen die wel iets af wisten van ellende en tegenslag, maar ook met lijden wisten om te gaan. Die hadden verstand van gelukkig zijn, ondanks alles. Manon werd er zelf gelukkiger door, ze kwam anders in het leven te staan, door deze pelgrimsreis op een tractor.
Gehandicapten
Vandaag is het de dag van de gehandicaptenzorg. Gehandicapten staan dus centraal. Of moeten we zeggen: ‘mènsen met een handicap’? Sommige mensen spreken nog liever van ‘mensen met een functiebeperking’. En daar zit iets in. Wie met een lichamelijke of verstandelijke beperking te maken heeft, wordt in de maatschappij apart gezet. Men ziet jou als anders en in de praktijk vaak als niet helemaal volwaardig. Je krijgt een etiket opgeplakt. Het lijkt net alsof het alleen maar gaat om dat ene waardoor je afwijkt van de rest. Wat je verder voorstelt en wat je mogelijkheden zoal zijn, daar is veel minder aandacht voor. Ja, misschien wordt er wel goed voor je gezorgd en heb je hulpmiddelen als een rolstoel of een prothese, maar tel je nog wel mee? Veel mensen reageren vreemd als ze iemand met een handicap tegenkomen en als de handicap of afwijking duidelijk zichtbaar is. Vraag je maar eens af hoe het is of zou zijn met een gehandicapte leerling bij jou in de klas.
Heel goed, een dag voor de gehandicaptenzorg. Als het maar over meer gaat dan enkel dat ‘zorgen voor…’
Buitenbeentje
“Je bent een buitenbeentje,” zei zijn moeder. En tegen anderen: “het is een buitenbeentje.” “Buitenbeentje,” dacht het jongetje, “wat een raar woord.” Hij kende het niet en zijn kleine hoofdje kon het ook niet verklaren. “Een been dat er een beetje bij hangt, dat eruit slingert?” Hij had er nooit iets van gemerkt.
Het buitenbeentje werd scholier en daarna student. Hij schreef graag in een studentenblad dat hij met anderen had opgezet. Soms kon hij fel te keer gaan. In een artikel zei hij zijn studentenvereniging de wacht aan. Daar waren ze kwaad over. Iemand zei meewarig over hem: “hij heeft zijn hoofd ook niet mee.” “Mijn hoofd niet mee?”, dacht hij toen hij ervan hoorde. Wat had dat er mee te maken? Hij keek in de spiegel maar zag niets bijzonders. Had hij twee neuzen of maar één oog? Was hij een cycloop?
Soms probeerde hij zich een houding te geven. Dan keek hij strak voor zich uit. Van de fiets stappen en net doen alsof hij iets zocht. Gespannen kijken of anderen naar hem keken. Geremd als een konijn in het licht van de koplamp.
“Een bijzonder kind is-ie en dat is-ie,” sprak zijn vader bij het huwelijksdiner. Dat was de aardigste typering van de twintiger die op dat moment in het middelpunt stond van het feest en aan het hoofd zat van de tafel vol genodigden.
Doodstraf
Mensen zoeken veiligheid, want de wereld is vol gevaar. Ook gevaar dat uitgaat van onze medemens, die het misschien op ons leven heeft gemunt. We huiveren als we horen over moorden. Vandaag kan het een ander treffen, misschien ben ik morgen aan de beurt. Je kunt je huis beveiligen, alarminstallaties aanleggen, maar helemaal veilig ben je nooit. Sommige mensen – zware criminelen – zijn een gevaar voor de samenleving. Veel mensen vinden dat zware moordenaars zelf om het leven moeten worden gebracht. Ze verdienen de doodstraf.
Vroeger was dat ook normaal in de maatschappij. Wie een zware misdaad had begaan, eindigden zijn leven op het schavot. Het is lang geleden dat daar een eind aan werd gemaakt. De maximumstraf in ons land is levenslang en in de praktijk is dat vaak veel korter. We vinden dat we niet het recht hebben iemands leven te beëindigen, ook al heeft die iemand zich aan anderen vergrepen. Voor iedereen moet er gelegenheid zijn voor boete en terugkeer in de maatschappij. Bovendien weet je nooit of iemand terecht is veroordeeld. Er zijn nog wel eens gevallen dat iemand die voor moord is veroordeeld, later onschuldig blijkt te zijn.
Wat vind jij? Moet de doodstraf weer opnieuw worden ingevoerd? Of ben jij het eens met de Europese dag tegen de doodstraf, die morgen wordt gehouden?
Dalai Lama
De Dalai Lama is de geestelijk leider van de Tibetaanse boeddhisten. Vroeger was hij ook politiek leider van Tibet, maar daar kwam in 1959 een eind aan, want toen viel China het land binnen en moest de Dalai Lama vluchten. Vanaf dat moment houdt hij verblijf in India.
Je kunt je voorstellen wat een haat hij moet koesteren tegen de Chinese bezetters. Want die dwingen hem nu al zo’n zestig jaar buiten zijn land te leven en heersen in dat land als wreed dictator. De Tibetaanse cultuur en religie worden onderdrukt, mensen worden gemarteld en gedood, demonstraties bruut neergeslagen. Toch is de Dalai Lama de Chinezen dankbaar, want – zegt hij – ze betekenen voor hem een oefening in mededogen.
Vreemde gedachte eigenlijk, tenminste voor ons. In het boeddhisme is die gedachte minder vreemd. In deze leer wordt het leven gezien als een weg waarop je tot steeds grotere volmaaktheid komt. Door een leven van inkeer en bezinning raak je vrij van je lusten en sentimenten en kom je tot de essentie van het bestaan. Wat je overkomt kan daarbij helpen. Ook de bittere strijd met je vijand. Vijanden dagen je uit om bij je diepere kern te komen. Daarom zegt de Dalai Lama tegen zijn vijanden: Welkom!
Ja, vreemd, of toch niet? Ook wij kunnen met vijanden te maken hebben, mensen die ons de voet dwars willen zetten. Die willen we graag onschadelijk maken, kaltstellen zeggen ze in Duitsland. Helaas, dat gaat niet altijd. We moeten samenleven. Dat kan heel moeilijk zijn, maar er kan ook een moment komen dat je het als een oefening in menselijkheid ervaart.
Het zwarte schaap
Kars T. kun je wel beschouwen als het nationale zwarte schaap. Kars T. was de man die op Koninginnedag van dit jaar in Apeldoorn met zijn zwarte Suzuki door de dranghekken reed en acht dodelijke slachtoffers maakte, onder wie zichzelf. Het schijnt dat hij een aanslag op de koninklijke familie in de zin had, wat dus mislukte. Maar de schok was groot. Doden en gewonden, festiviteiten afgelast, een feestdag waar maanden aan was gewerkt naar de knoppen. Mensen dropen teleurgesteld af.
Karst T. is niet meer onder ons, maar zijn familie wel. Je zult maar met diezelfde achternaam rondlopen. Elke keer als jij je voorstelt krijg jij te horen: ‘misschien familie van…?’ Elke keer maar weer dat moeten uitleggen. Elke keer maar weer je verantwoorden, want zo voelt het wel. ‘Hoe heeft het toch zover kunnen komen?’ vraagt er iemand. En jij je maar in allerlei bochten wringen. Want je wilt natuurlijk wel duidelijk maken dat het volkomen verkeerd was wat er is gebeurd, maar het is wel jouw lieve broer geweest, aan wie je veel mooie herinneringen hebt.
En intussen gaat het meer over jouw broer dan over jezelf.
Wat denk je: zou je niet een andere achternaam kiezen?
Eerwraak
In sommige landen komt eerwraak nog altijd voor. Enige tijd geleden hoorden we over een bruiloft in Turkije die in een bloedbad eindigde. Ook in Nederland hebben we er wel eens mee te maken. Het is een praktijk die wij als Nederlanders niet tolereren. Maar waarom eigenlijk niet?
Eerwraak is iets van een familie. Die vindt dat haar eer omlaag is gehaald, bijvoorbeeld omdat een meisje uit de familie is verkracht. De dader moet om het leven worden gebracht. Het kan ook gebeuren dat een vrouw door haar eigen familie wordt vermoord omdat de familie vindt dat ze haar boekje te buiten is gegaan. De eer van de familie staat op het spel, en die eer kan alleen worden hersteld door de dader te doden.
Waarom zijn we het daar niet mee eens? Het opzettelijk doden van een medemens is hoe dan ook een misdaad. Dat is één. En we gaan in ons deel van de wereld ook anders om met eer. Niet dat wij eer onbelangrijk vinden. Verkrachting bijvoorbeeld is een ernstig vergrijp. Er moet recht worden gedaan, maar niet omdat de eer van de familie moet worden gered. Het slachtoffer moet recht worden gedaan. En recht gebeurt door aangifte te doen en een aanklacht in te dienen. Alleen is dat een vaak lange weg, die van het slachtoffer veel eist, en of er uiteindelijk recht wordt gedaan? Dat is nog maar de vraag.
Economie
Economie is een wetenschap. Je moet er voor doorgeleerd hebben om de kneepjes van het vak te kennen. Eenvoudige mensen zoals ik snappen er niet veel van als de economen aan het woord zijn. Al die cijfers, tabellen en statistieken… Al die economische termen. De ene econoom staat tegenover de ander. De een beweert dat de overheid moet bezuinigen, de ander dat ze moet investeren om de economie gaande te houden. Probeer er maar eens uit te komen.
En dan valt dat woord ‘vertrouwen’. Gebrek aan vertrouwen heeft de financiële crisis veroorzaakt, zegt men. Vertrouwen, daar hoef je niet voor door te leren, maar je moet het er wel van hebben als bankier. Als het door graaigedrag wegvalt, dondert de boel in elkaar. Je kunt ook zeggen: we hadden te veel vertrouwen in ons economisch stelsel. We gingen er te veel van uit dat het wel goed zat. De provincie Noord-Holland zette maar liefst 78 miljoen euro op een IJslandse bank, omdat ze dacht daar een mooie rente aan over te houden. Mooi niet dus. Weg miljoenen.
Gek is dat toch. We denken heel rationeel te zijn, verstandig te beleggen, en dan gaan we toch het schip in. Zo verstandig was het dus helemaal niet.
Vertrouw maar niet te veel op de deskundigen, de mensen die ervoor doorgeleerd hebben en menen te weten hoe het zit.
Met Hitler in de hemel
Hoe is het in de hemel? Gesteld dan dat we geloven dat de hemel bestaat.
Daar is een verhaaltje over. Twee Joden zitten erover te filosoferen hoe het in de hemel is. De een zegt: ‘Ik stel me voor dat we in de hemel op een terras zitten en mogen bestellen wat we willen en niet hoeven te betalen. En jij?’
De ander: ‘Ik stel me ook voor dat wij op een terras zitten en mogen bestellen wat wij willen en niet hoeven te betalen en dat ik dan denk: hé, Hitler is er ook! Ha, die Dolf!’
Dat gaat wel een beetje erg ver, vind je niet? Moet je echt je ergste vijand het beste – namelijk de hemel - toewensen? Ook een vijand, die zoveel mensen, onder wie zes miljoen Joden, je eigen volksgenoten, je eigen familie misschien wel, de dood heeft ingejaagd? Verzoening ondanks alles? Moet je alles achter je laten, overal boven staan, je ergste vijand de hand geven? Of is er een grens waarvan je zegt: tot hier toe en niet verder?
Gevaar
‘Eén moment van onbedachtzaamheid kan maken dat men jaren schreit.’ Zo luidde een zegswijze in mijn jeugd. In plaats van ‘onbedachtzaamheid’ kun je ook ‘stommiteit’ lezen. We zijn wel eens gewoon stom. Roekeloos, onnadenkend. En dat kan grote gevolgen hebben. Als je een keer geen helm opzet voor op de brommer of gaat duiken in ondiep water… Als de vlam in de pan slaat… Je kunt er je leven lang een handicap aan overhouden, of brandwonden die voor altijd zichtbaar blijven. Maar ellende kan je ook gewoon overkomen. Eén sullige of ongelukkige opmerking waardoor je een vriend of vriendin verliest… Of je komt tussen hooligans terecht die korte metten maken met alles wat op hun weg komt. Was ik maar thuisgebleven, denk je dan. Jawel, maar als je zo redeneert, kom je de deur niet meer uit. Want een ongeluk zit in een klein hoekje.
Stom, stom, je kunt het duizend keer zeggen, maar je kunt ook zeggen dat wij mensen nu eenmaal kwetsbaar zijn. Je kunt niet alles vóór zijn. En wat is het een akelig leven, als je bij alles wat je doet of nalaat gaat zitten puzzelen wat voor risico’s je loopt en hoe je die risico’s kan vermijden. Dan word je een konijn in zijn hok, voortdurend op zijn hoede voor het gevaar dat op de loer ligt.
Werken
Bij sommige mensen heb je het idee dat het hen allemaal aanwaait. Wat ze doen, het gaat spelenderwijs. Ze hoeven niet te blokken om toch goede resultaten te behalen. Ze gaan achter een piano zitten en de mooiste melodieën weten ze aan het instrument te ontfutselen. Op het tennisveld laten ze de tegenstander alle hoeken zien. Ze hoeven maar op het podium te gaan staan en ze steken de prachtigste redevoering af.
Natuurtalenten heb je. Zeker. Maar ook bij die talenten is het vaak uiterlijke schijn. Die moeten er heus wat voor doen. Vooral natuurlijk als de lat hoger komt te liggen. Al ging het op de middelbare school nogal vlot, dat wil nog niet zeggen dat het aan de universiteit of op de hogeschool ook zo gaat. Als je de sterren van de hemel speelde op de schoolavond, is dat geen garantie dat je het in het muziekleven ook gaat maken. Als je regelmatig scoort op het voetbalveld, word je misschien wel door de scouts opgemerkt, maar een glanzende profcarrière ligt daarmee nog niet in het verschiet.
Zelfs als je werkelijk heel begaafd bent, op welk terrein dan ook, komt het op werken aan. Hard werken zelfs. Voor je het weet raak je uit conditie of ben je je concentratie kwijt. En in een vak moet je zorgen dat je bijblijft, anders word je links en rechts gepasseerd. Doorgaan, altijd maar doorgaan… Nou ja, af en toe ontspannen is ook belangrijk. Anders red je het evenmin.
| Klaroenstoot |
| Huwelijk van smaragd |
| Met Pasen in Rome |
| Zomerse gedachten |
| Een jaar ouder |
| Oase-stukjes |
| Samen delen |
| Goede zondag |
| Van Oost naar West |
| Een witte raaf |
| Kerken op Kanaleneiland |