Goede zondag


Home - Columns - Goede zondag

Over een ritueel dat zich vaak afspeelt bij het verlaten van de kerk. De predikant wacht u op bij de uitgang...

 

In de kerk stiefelden de kerkgangers naar de uitgang. Daar voltrok zich een welbekende ceremonie: handen schudden met de voorganger, onder het uitspreken van ‘een goede zondag!’. Vreemde wens eigenlijk. Het was immers al laat in de ochtend. Een groot deel van de zondag was reeds verstreken. Een goede zondag, dat kun je elkaar op zaterdag toewensen, eventueel op vrijdag. Vroeger, toen ik nog op kantoor zat, wisselde ik die wens wel eens uit met gelovige collega’s als alternatief van ‘prettig weekend’. Zondags vóór de kerkdienst zou ook nog kunnen. Maar na afloop van de dienst is het hooguit het restant van de zondag dat te wensen overblijft. Bovendien: de kerkdienst dient er toch toe om met elkaar een nieuwe week in te gaan? Toch niet enkel de zondag? Wens elkaar dan een goede week!

 

Ik besloot tot een trendbreuk. Weg met de goede zondag! ‘Een goede week!’, zo voegde ik de predikant toe. Zij betaalde verrast met gelijke munt terug: ‘Een goede week!’. De nieuwe wens werd onmiddellijk overgenomen door de kerkgangers die na mij kwamen. Waar men eerst massaal een goede zondag wenste, werd het nu even massaal een goede week…

 

Ik maakte dus school. Prettig om mee te maken dat mijn goede voorbeeld anderen deed volgen. Maar eigenaardig was het wel. Waarom, als je sinds jaar en dag een goede zondag wenst, plotseling op iets anders overgeschakeld? Hier openbaarde zich de kuddegeest die in ons allen huist. We zeggen en doen dingen niet omdat we vinden dat het zo moet, maar omdat het van ons wordt verwacht of nog eerder omdat we denken dat het van ons wordt verwacht. We passen ons aan. We willen niet afwijken van de groepscode, van ‘zo zijn onze manieren’. Eigenzinnigheid, laat staan eigengereidheid, wordt in het algemeen niet als een lofwaardige eigenschap gezien. In de kerk is dat misschien nog wel sterker dan elders. We gedragen ons als lid van een groep.

 

Ik zou niet graag willen beweren dat het mij vreemd is. Toch voel ik me meer happy bij een afwijkend gedrag. Daarom moet ik ook niet veel hebben van het conformisme dat langs allerlei wegen aan ons wordt opgedrongen. Vooral bekende Nederlanders kunnen er wat van. In de baaierd van informatie die op ons af komt en in de zoektocht naar zekerheden en zin lijken ze de reddingsboei die ons, drenkelingen, wordt toegeworpen. Doe nu maar wat vader zegt… Op Radio 4 hoorde ik een mij onbekende stem zeggen: ‘Mijn naam is Jos van Velthoven, directeur van de Nederlandse Bachvereniging. Ik zou zeggen: luister naar De Klassieken, want dit programma brengt u in een wereld die u niet kent.’ Alle waardering voor De Klassieken, maar het idee dat ik ernaar luister omdat meneer Van Velthoven dat wil, komt mij lachwekkend voor. Comités van aanbeveling, advertenties met namen van bekende mensen die ergens toe oproepen, ze nemen me in tegen de zaak waar het om gaat in plaats van ervoor. Ooit kreeg ik een handgeschreven brief van Maartje van Weegen waarin mijn aandacht werd gevraagd voor een goed doel in de derde wereld. Zij vond het zo’n ontzéttend goed doel, en ja, als Maartje dat vindt, dan kan ik niet achterblijven, nietwaar? Het zal wel kloppen dat het werkt. Alleen bij mij niet. Dus weg ermee!

 

Ach, allemaal Prinzipienreiterei wellicht… Een volgende zondag wens ik misschien toch wel weer die goede zondag, ook al is het half twaalf. Bijvoorbeeld om het bijzondere karakter, de buitengewone bekoring, de stille wijding, de weldadige rust van de zondag te laten uitkomen. Om de ander, de dominee die zich net de longen uit het lijf heeft gepraat, de weldaad toe te wensen die juist zo’n arme sloeber toekomt. En om niet te verzanden in pedanterie. En wat maandag enzovoort betreft, dat zien we morgen wel weer.

 

(uit Red@ctieservice)




Klaroenstoot
Huwelijk van smaragd
Met Pasen in Rome
Zomerse gedachten
Een jaar ouder
Oase-stukjes
Samen delen
Goede zondag
Van Oost naar West
Een witte raaf
Kerken op Kanaleneiland