Een witte raaf


Home - Columns - Een witte raaf

Over het besluit van de Jacobikerk in Utrecht om vrouwen toe te laten tot de ambten van ouderling, ouderling-kerkrentmeester en diaken.

 

De wijkgemeente van de Jacobikerk gaat de ambten van ouderling, ouderling-kerkrentmeester en diaken open stellen voor vrouwen. U wist dat misschien niet en ik evenmin, totdat midden in de zomertijd mijn oog viel op de christelijke nieuwssite CIP.nl, die het weer had van het Nederlands Dagblad. In deze orthodox-gereformeerde krant werd in geuren en kleuren beschreven welke weg men het afgelopen jaar in de Jacobikerk op dit punt heeft afgelegd en waarom dit voorjaar tot ‘de vrouw in het ambt’ is besloten. Als u de moeite neemt op de website van de Jacobikerk te kijken en dan aanklikt onder ‘Kerkenraad’, krijgt u trouwens een vollediger overzicht van de beraadslagingen hierover, inclusief de bijbels-exegetische overwegingen van dominee Andries Zoutendijk.

Andere Gereformeerde-Bondsgemeenten zullen het Utrechtse voorbeeld volgen, is de verwachting. Je zou de Jacobikerk op dit punt een witte raaf in GB-land kunnen noemen. Wie weet komen er witte raven bij, en blijkt deze wijkgemeente een voortrekker. De Gereformeerde Bond als zodanig is en blijft afkerig van ‘de vrouw in het ambt’ en maakt zich zorgen over het ‘gewijzigd Schriftverstaan’, dat volgens de voorzitter – zegt hij in het ND - uit deze nieuwlichterij blijkt.

 

Wat van deze dingen te zeggen? Als u, lezer, tot de gemeenteleden behoort die zich destijds tot de Jacobikerkenraad wendden met de vraag een standpunt over de ambtskwestie in te nemen, dan bent u wellicht blij. Want u wilde van die eeuwenoude kerkenraadsbarrière af. Als vrouwen al op allerlei manieren in de gemeente actief (kunnen) zijn, waarom dan niet in de kerkenraad? Maar het kan ook zijn dat u het besluit betreurt, bijvoorbeeld omdat u er een knieval in ziet voor de tijdgeest of omdat u vindt dat het gezag van Gods Woord – denk aan de ‘zwijgteksten’ van Paulus - hiermee wordt ondergraven.

Groter is de kans dat u schouderophalend aan dat openstellen voor vrouwen voorbij gaat. U denkt ‘dat werd tijd!’ of u hebt er een déjà vu bij. Hoe lang is het al niet geleden dat in de breedte van wat nu de PKN heet de discussie over ‘de vrouw in het ambt’ werd gevoerd? Hoe lang wemelt het in kerkenraden al niet van vrouwen? Soms ben je blij als er nog een paar mannen zijn die zich druk maken over de kerk.

 

Maar voor mij is aan de kwestie van ‘de vrouw in het ambt’ ook een persoonlijke herinnering verbonden. Ik voer u terug naar de hervormde gemeente van Alphen aan den Rijn, waar ik geboren en getogen ben, anno 1954. In dat jaar liet de hervormde synode een ‘kanselboodschap’ uitgaan, waarin zij aankondigde de verschillende ambten geleidelijk aan voor vrouwen open te stellen. De kanselboodschap, het woord zegt het al, diende van de kansel te worden voorgelezen. Die zondag voldeed de gastpredikant die in Alphen voorging weliswaar aan het verzoek,  maar hij liet dat volgen door wel zeer persoonlijk en negatief commentaar. ‘Zo zullen wij nog de dag beleven dat vrouwen met geverfde lippen het Woord Gods verkondigen!’, sprak hij vol afkeer. Dat was een van de kerkgangers te veel. Hij sloeg op tilt en beende onder luid protest de kerk uit, met in zijn kielzog een tiental anderen, onder wie mijn ouders.

Daags erna werd bij ons thuis vergaderd. Ons, kinderen, werd te verstaan gegeven dat wij aan niemand iets mochten vertellen over de geheimzinnige bijeenkomst die bij ons plaats had… Die avond zag een groep opstandige hervormden het licht die bekend ging staan als ‘de malcontenten’. Ze waren ‘malcontent‘over de uitspraken van de predikant maar ook over andere kerkelijke zaken die hen mishaagden. Uiteindelijk verzoende de groep zich met de kerkenraad, en ter bekrachtiging van die verzoening werd mijn vader tot ouderling benoemd. Nog herinner ik mij zijn krachtige jawoord – hij schreeuwde eigenlijk – in de dienst waarin zijn bevestiging gestalte kreeg.

 

Ik heb mijn vader ook wel eens horen vertellen over de predikant G. Huls, die in 1951 in Utrecht promoveerde op ‘De dienst der vrouw in de kerk’. Aanvankelijk was hij van plan in zijn proefschrift zijn bezwaren tegen ‘de vrouw in het ambt’ uiteen te zetten, maar al studerend kwam hij er achter dat hij het glad verkeerd had. De Bijbel had er niets op tegen; hij dus evenmin. Van tegen- werd hij voorstander. ‘Gewijzigd Schriftverstaan’ dus, dat deze theoloog gelukkig aan het academische en kerkelijke publiek niet onthield..

 

(Kerk in de Stad, september 2009)




Klaroenstoot
Huwelijk van smaragd
Met Pasen in Rome
Zomerse gedachten
Een jaar ouder
Oase-stukjes
Samen delen
Goede zondag
Van Oost naar West
Een witte raaf
Kerken op Kanaleneiland